Decommissioning

Printvriendelijke versie

‘Decommissioning’ is de Engelse vakterm voor ‘ontmanteling’ van installaties of onderdelen daarvan. Kernreactoren, olie- en gasplatforms, cyclotrons, meetkundige en radiologische laboratoria: ooit zijn ze verouderd en versleten en moeten ze worden opgeruimd of gereviseerd. Omdat ze tijdens hun bedrijfsduur radioactief verontreinigd zijn geraakt, bronnen bevatten of omdat er gewerkt is met radioactieve materialen moet ontmanteling voorzichtig en zorgvuldig gebeuren.

Principe decommissioning
Iedere constructie, gebouw of installatie heeft een eindige levensduur. Die levensduur kan verlengd worden door goed onderhoud en/of tussentijdse modernisering. In principe kan de levensduur door technische ingrepen oneindig opgerekt worden. Meestal bepalen economische factoren het tijdstip waarop iets definitief uit gebruik moet worden genomen. De kosten van verdere modernisering kunnen bijvoorbeeld niet meer opwegen tegen de te verwachten baten. Na beëindiging van de bedrijfsvoering worden installaties en de gebouwen gesloopt. Bij installaties waarin met chemicaliën en radioactieve stoffen is gewerkt, moeten extra voorzorgen worden genomen vanwege de veiligheid en het milieu.

Het doel van decommissioning is de radioactiviteit zo goed opruimen dat geen vergunning voor het werken met radioactieve stoffen meer nodig is. Een locatie waar met radioactieve stoffen is gewerkt, wordt dus altijd gecontroleerd schoon achtergelaten. In ons land zijn al meerdere installaties ontmanteld en ook delen van de kerncentrale Dodewaard zijn ontmanteld en afgevoerd.

Als het etiket ‘radioactief’ kleeft aan een ruimte of installatie, worden er strenge eisen gesteld aan de ontmanteling ervan. De eigenaar krijgt te maken met wet- en regelgeving en omwonenden maken zich vaak zorgen over de effecten van de ontmanteling op de gezondheid en het milieu. Dat betekent meestal dat er bij grote decommissioningprojecten inspraak wordt geregeld via wettelijke (MER-)procedures. Vaak ook wordt de ontmanteling uit handen gegeven aan een gespecialiseerd bedrijf zoals NRG in Petten. Als de installatie of ruimte schoon is opgeleverd, wordt dat naar de overheid toe aangetoond met opleveringsverklaring. Daarna wordt de locatie of ruimte vrij gegeven voor sloop of hergebruik.

Meestal gaat aan een decommissioningsproject een onderzoek vooraf door stralingsdeskundigen. Zij maken een inventaris op van de aanwezige radioactiviteit. Op basis van de bevindingen wordt vastgesteld welke vergunningen er nodig zijn en wordt er een risico-analyse gemaakt. Soms volstaat de bestaande kernenergiewetvergunning van een bedrijf. Als die niet afdoende is, is een aanvullende aanvraag nodig. Mogelijk moet er ook een Milieu Effect Rapport (MER) worden opgesteld. Ontmanteling van nucleaire installaties staat onder toezicht van de overheid; de Kernfysische Dienst.

Bij de ontmanteling worden de met radioactieve stoffen verontreinigde bestanddelen zorgvuldig gescheiden van gewoon afval. Er vindt zoveel mogelijk hergebruik van schoongemaakt materiaal plaats. Materiaal dat niet meer hergebruikt kan worden, wordt als radioactief afval afgescheiden, opgevangen, behandeld en afgevoerd naar de radioactief afvalopslag van COVRA in Vlissingen. . Na de eindcontrole en volgt een schriftelijke verklaring waarmee de eigenaar kan aantonen dat de locatie of installatie ontdaan is van radioactiviteit.

Scenario’s
Eerst wordt vastgesteld hoe dit project uitgevoerd wordt. Decommissioning vereist een milieu- en economische analyse van de mogelijke scenario's.  Bij deze afwegingen wordt vaak een beroep gedaan op onderzoekers in binnen- en buitenland. In Nederland geeft NRG in Petten internationaal advies.

Wereldwijd zijn twee scenario´s het meest gebruikt; directe ontmanteling en uitgestelde ontmanteling

  • In Nederland kiest men tegenwoordig voor directe ontmanteling. Dan wordt zo snel mogelijk na stoppen van de bedrijfsvoering de installatie ontmanteld. Dan is decommissioning inclusief planning van een kerncentrale binnen 10 jaar voltooid.
  • In andere gevallen kiest men voor een langere perioden. Dan kan geprofiteerd worden van het in de tijd vervallen (=minder radioactief worden) van sommige radioactieve stoffen (veiligheids- en milieu-aspect) en daardoor het goedkoper worden van het beheren van de nucleaire reststoffen (economisch aspect).

Decommissioning en NORM
Soms komt radioactiviteit voor op plaatsen waar je het niet verwacht. Denk bijvoorbeeld aan de overslag van ertsen, zand en grind en aan de olie en gaswinning. Door de ophoping van natuurlijke radioactiviteit in overslaginstallaties, worden die op den duur radioactief. We noemen dit NORM: Naturally Ocurring Radioactive Material. Deze radioactiviteit wordt periodiek gecontroleerd en als de norm wordt overschreden, worden de installatieonderdelen schoongemaakt. Dat gebeurt in speciale werkplaatsen zoals die bij NRG in Petten. Daar wordt de natuurlijke radioactiviteit van de installatie afgescheiden, verzameld en afgevoerd naar COVRA in Vlissingen. De schoongemaakte installatiedelen kunnen vervolgens opnieuw worden gebruikt of als normaal afval worden afgevoerd.

Concrete voorbeelden in Nederland
In Nederland is ervaring met de decommissioning van onderzoeksreactoren, nucleaire ruimtes in laboratoria en ziekenhuizen en delen van commerciële kerncentrales. De kerncentrale Dodewaard is het eerste grote object van decommissioning. NRG heeft in Nederland ook ervaring met het reinigen van off-shore installaties die tijdens gebruik besmet raken met natuurlijke radioactiviteit. Er loopt op dit moment één groot decommissioningproject in ons land: KernCentrale Dodewaard (KCD), eigendom van GKN, Gemeenschappelijke Kerncentrale Nederland. Hier is gekozen voor een langere periode: 40 jaar.

Decommissioning Dodewaard
Deze kerncentrale heeft enkele decennia dienst gedaan als demonstratie- en onderzoeksreactor voordat hij in 1997 uit bedrijf werd genomen. Daarna is een decommissioningsprogramma ingezet met een looptijd van veertig jaar. Momenteel is de KCD in de fase van 'Veilige Insluiting'. Dit houdt in dat delen van de centrale dus wachten op definitieve verwijdering. De ontmanteling zal binnen 40 jaren worden afgerond.

Al het hoog radioactieve materiaal zoals de splijtstof (de brandstof) is al afgevoerd. Daarna zijn de bijgebouwen (zoals kantoren) afgebroken. Hier en daar zijn bepaalde onderdelen afgevoerd en reinigingswerkzaamheden uitgevoerd. Omdat alle splijtstof al is afgevoerd, is het overgrote deel van de in de centrale aanwezige radioactieve stoffen van de locatie verdwenen. De afgeschakelde installatie is zoveel mogelijk schoongemaakt, geconserveerd en vergrendeld.  De ventilatie- en veiligheidssystemen zijn aangepast aan de nieuwe situatie. Na dit voorbereidende werk werd de centrale zoveel mogelijk afgesloten ('dichtgemetseld').

Volgens de planning wordt nu enkele decennia gewacht. Er gebeurt in feite niets; eigenlijk is nu alleen bewaking en controle nodig. Intussen vervalt de radioactiviteit steeds verder en kunnen de financiële fondsen die tijdens de bedrijfsvoering van de centrale zijn opgebouwd verder groeien. Aan het einde van de wachttijd in 2037 is een groot deel van de resterende radioactiviteit vervallen. Het is dan economisch en technisch gemakkelijker om de centrale te ontmantelen. Daarna komt het terrein in Dodewaard zonder beperkingen weer beschikbaar voor andere doeleinden. De kerncentrale Dodewaard geeft op www.kcd.nl meer informatie over decommissioning.

Decommissioning LFR
NRG is bezig met de voorbereiding van de ontmanteling van de Lage Flux Reactor (LFR) in Petten. Ruim vijftig jaar na de ingebruikname, is op bedrijfseconomische gronden gekozen voor ontmantelen van de reactor. De LFR is een kleine reactor met gering vermogen. De reactor zal binnen enkele jaren geheel van het terrein verdwenen zijn.