Eén methode voor ontdekking en bestrijding

Printvriendelijke versie

De TU Delft werkt samen met het Erasmus Medisch Centrum aan een nieuwe generatie scanners. Daarmee kunnen medici in het menselijk lichaam heel gericht zoeken naar afwijkingen zoals tumoren, ontstekingen en andere abnormaliteiten. Dat gebeurt met speciale radioactieve preparaten (tracers) die in het lichaam op zoek gaan naar afwijkingen en zich daar vervolgens aan hechten. Buiten het lichaam wordt daarna de straling die deze isotopen afgeven omgezet in beeld. De detectiemethode wordt PET/SPECT of 3BINDING genoemd. Vooral die laatste techniek levert zeer scherpe functionele beelden op van de te onderzoeken afwijking.

Met de gangbare CT en MRI scanning technieken kunnen hersenen, hart, infecties en tumoren zichtbaar worden gemaakt. PET (Positron Emission Tomography) en SPECT (Single Photon Emission ComputerTomography) scanners gaan een stap verder: met behulp van radioactief gemaakte eiwit moleculen wordt ook het functioneren van organen en weefsels zichtbaar gemaakt. De nieuwe techniek 3BINDING maakt deze techniek nog specifieker. Nieuwe radioactieve preparaten met typische chemische en radioactieve eigenschappen kunnen gericht worden ingezet voor specifieke afwijkingen. In feite gaat het dus om een innovatieve doorontwikkeling van de bestaande PET en SPECT imaging technologie.

Een tracer is een combinatie van een molecuul en een radioactief atoom. Door de juiste combinaties te gebruiken, kun je opname in specifieke cellen, visualisatie en/of therapeutisch effect optimaliseren. Een voorbeeld: een tumor verbruikt meer glucose dan gezond weefsel, dus als je glucose radioactief maakt, zal dat zich in de tumor ophopen. Met een andere stof, een difosfonaat, kun je dan weer zien of er uitzaaiingen in het bot zijn. Hoewel een doorbraak ophanden is, moet er nog veel werk verzet worden. Specialisten uit de hele wereld werken met de TU Delft samen om een lange lijst technische uitdagingen op te lossen. Er zijn nog te weinig verschillende tracers. En niet alle kankercellen hechten zich op dezelfde manier aan de tracer. Daarnaast veranderen tracers tijdens het proces van karakter waardoor ze zich ook niet meer willen hechten aan de kankercel. Hiervoor moeten nog oplossingen worden gevonden.

Opsporen en vernietigen

Bij het Erasmus Medisch Centrum is men inmiddels volop bezig met pre-klinisch en klinisch onderzoek naar het tegelijkertijd opsporen en vernietigen van tumoren. Dat gebeurt met radioactieve eiwitmoleculen die in de bloedbaan worden geïnjecteerd. Het eiwit hecht zich aan de receptor (de antenne) van de kankercel waardoor die zichtbaar wordt. Het Erasmus Medisch Centrum gaat vervolgens een stap verder en gebruikt deze diagnostische methode ook als therapie. Met andere woorden: de tumor wordt met dezelfde methode waarmee hij zichtbaar is gemaakt ook bestreden. Dat dit mogelijk is, heeft het Erasmus MC inmiddels bewezen. Het radioactieve eiwit kan een zeldzaam voorkomende vorm van kanker, Neuro-endocriene tumoren, als het ware van binnenuit vernietigen. Neuro-endocriene tumoren zijn een groep van zeldzame kwaadaardige tumoren in het maag-darmkanaal. Inmiddels worden meerdere patiënten per week al op deze manier hiertegen behandeld. Het onderzoek naar zulke stoffen moet straks ook de mogelijkheden vergroten voor personalised medicine, ofwel persoonsgerichte geneeskunde. Als met grotere nauwkeurigheid bepaald is wat iemand heeft, kan de arts een betere behandeling kiezen. Een volgende stap is daarom het uitbreiden van de therapeutische mogelijkheden met meer soorten kanker (zoals borst- en prostaatkanker). Het doel is om op deze manier kanker tegelijkertijd met dezelfde methode te ontdekken en te bestrijden.

Ook is de ontwikkeling van deze nieuwe generatie radioactieve preparaten in combinatie met scanners relevant voor de diagnose van andere afwijkingen. Zo kan vetophopingen (cholestorol) in aderen er zichtbaar mee worden gemaakt. Een onderzoek waarbij ook de Universiteit van Leiden betrokken is. Bovendien wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om bij een hartinfarct afgestorven spierweefsel met radioactieve preparaten op te sporen en te revitaliseren.