JEEP

Printvriendelijke versie
1951

Bijna niemand realiseert zich dat Nederland tot de eerste kernenergiemogendheden in Europa behoorde. Samen met de Noren bouwden we de JEEP.

FOM

De interesse in kerntechniek was er al in de jaren ’30. Na de oorlog besloot ons land dat het een eigen kernenergieprogramma wilde. Kernenergie was de toekomst. Samen met de Noren bouwde ons land een reactor met de kenmerkende naam JEEP. In 1945 werd de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) opgericht. De Stichting boog zich over de bouw van een Nederlandse kernreactor voor onderzoeksdoeleinden en de productie van nucleaire grondstoffen. Grootste uitdaging was het in stand houden van de kettingreactie. Kernsplijting is vooral interessant als je dit gecontroleerd  gedurende een langere periode  in stand kunt houden zodat je, bijvoorbeeld, energie kunt winnen. Daarvoor is een zogenaamde ‘moderator’ nodig: een stof in de omgeving van de kernsplijting die neutronen wel afremt maar zo weinig absorbeert dat de kettingreactie stand houdt. Moderatoren kunnen verschillende stoffen zijn, zoals gewoon water, zwaar water of grafiet. Zwaar water is chemisch gezien identiek aan 'gewoon' water, maar bevat een extra waterstofatoom. De productie van zwaar water via elektrolyse of destillatie kost veel energie ). Grafiet is een delfstof maar kan ook worden samengesteld uit petrochemische stoffen.

Onderzoekspartner

Al snel bleek dat Nederland niet alleen in staat zou zijn een reactor te bouwen. Ook al omdat de uraniumvoorraad beperkt was (de ‘Delftse voorraad’ besloeg ongeveer tien ton). België passeerde de revue, maar ook Noorwegen. Dat laatste land beschikte over zwaar water. In januari 1950 reisde de Nederlandse kerngeleerde Hendrik Kramers naar het Institutt for Atomenergi in Noorwegen. Hij zag tot zijn stomme verbazing hoe de Noren bezig waren een reactorgebouw neer te zetten, maar nog wachtten op Frans uranium. De Noren waren dus samen met de Fransen al aardig op weg met een kernenergieprogramma. Toch ging dat alle behalve soepel door de dominante opstelling van Frankrijk. Vanaf het moment dat Nederland zich als onderzoekspartner aandiende ging het snel.

JEEP

Nederland had haar uraniumvoorraad veilig door de oorlog geloodst en kon meteen het benodigde uranium leveren. Een overeenkomst was snel gesloten. De Noors-Nederlandse samenwerking resulteerde al op 30 juli 1951 in een 'kritieke' reactor. De naam was  dezelfde als die van het voertuig waarmee de bevrijders de oorlog hadden gewonnen: JEEP. De letters stonden voor de Joint Establishment Experimental Pile (JEEP). ‘Pile’ is het jaren ’50 woord voor reactor. Het Noors-Nederlandse initiatief kreeg de zegening van de geallieerden en concrete hulp vanuit Engeland. Met de JEEP behoren Noorwegen en Nederland tot één van de eerste landen die buiten de grootmachten een kernreactor kritisch maakten. Na het succes van JEEP vond men de tijd rijp om in Nederland een eigen reactor neer te zetten.