Radioactief afval

Printvriendelijke versie

Er zijn heel veel industrieën die radioactief afval produceren. Van kerncentrales weten we dat wel, maar van sommige bedrijven zou je het niet verwachten dat ze radioactief afval maken. Denk bijvoorbeeld aan de off shore olie- en gaswinning. Met de delfstoffen komen namelijk ook natuurlijke radioactieve stoffen naar boven. Ook ziekenhuizen produceren radioactief afval, bijvoorbeeld uit laboratoria en de nucleaire geneeskunde. Al het radioactief afval wordt uiteindelijk aangeboden bij de Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (COVRA). De wettelijke verzamel- en opslagplaats van radioactief afval in Nederland.

Radioactief afval: iedereen is er bang van. Toch hoeft dit afval geen probleem te zijn. Er is in ons land sluitende wet- en regelgeving en voldoende kennis en kunde om verantwoord hiermee om te gaan. Dit afval is alleen een probleem als het ongecontroleerd in het milieu komt.

Natuurlijk verval
Het opmerkelijke aan radioactief afval is dat het steeds minder gevaarlijk wordt. Sommig afval is binnen seconden ongevaarlijk geworden, andere soorten doen er helaas duizenden jaren over. Hoe zit dat?

Wanneer radioactieve stoffen hun straling uitzenden, veranderen zij uiteindelijk in een stof die niet meer radioactief is. Dat noemen we ‘vervallen’ en het is een normaal fysisch proces. De instabiele elementen zoeken naar een nieuw evenwicht. Als ze dat evenwicht bereiken, is de radioactieve stof stabiel geworden en zendt het geen straling meer uit. Uiteindelijk ontstaat dus vanzelf een stof die al zijn straling kwijt is en dus ook geen gevaar meer oplevert. Hoe lang dat duurt, drukken we uit met halveringstijd. Dat is de tijd die nodig is om telkens de helft van de radioactiviteit kwijt te raken. Na twee halveringstijden is de radioactiviteit de helft van de helft. Dat is dus een kwart van de beginwaarde. Iedere radioactieve stof heeft een eigen vaste halveringstijd. Voor de ene stof zijn dat secondes, voor andere stoffen zijn dat duizenden jaren. Het ene radioactieve stofje is dus meteen als het ontstaat al ongevaarlijk. Ander radioactief materiaal moet vele duizenden jaren opgeborgen worden voor het ophoudt met gevaarlijk stralen.

Isoleren, beheren en controleren
Tijdens de vervalperiode van een radioactieve stof, moeten mens en milieu tegen de straling ervan worden beschermd. Dat doen we volgens het principe ‘isoleren, beheren en controleren’. Alle radioactieve stoffen worden centraal verzameld en geïsoleerd in speciale verpakkingen en opslaggebouwen. Dat gebeurt bij COVRA in Vlissingen. Deze overheidsorganisatie beheert en controleert het centraal verzamelde afval. Bedrijven zijn verplicht hun radioactieve afval bij COVRA in beheer te geven.

Laag- en middenactief afval
Laag- en middelradioactief afval bestaat onder meer uit: handschoenen, laboratorium- glaswerk, kleding, harsen, injectienaalden, bestralingsbronnen, rookmelders, plastic folie, pompen en buizen, besmet schroot, dierlijk materiaal van proefdieronderzoek, vloeistoffen, filters en bezinkels. Ook het afbreken van laboratoria waar met radioactieve stoffen gewerkt werd en de sloop van kernenergiecentrales en onderzoeksreactoren levert radioactief afval op.

Het vaste afval wordt onder zeer hoge druk samengeperst tot een massief blok dat daarna in beton wordt verpakt. Kadavers van dierexperimenten en organisch ziekenhuis afval worden in een speciale verbrandingsoven vernietigd. Ook radioactieve vloeistoffen worden verbrand in een speciale oven. De rookgassen van deze ovens worden twee keer gereinigd. Grotere vaste delen worden verkleind in de verschrottingsinstallatie en daarna in beton verpakt. Waterige vloeistoffen worden met een biologische en chemische behandeling schoongemaakt.

Voor laag- en middelradioactief afval is een betonnen omhulsel voldoende om de radioactieve stoffen in te sluiten en om de straling te verminderen. Het staat in gewone opslaggebouwen te vervallen.

Een bijzondere categorie vormt het NORM-afval. NORM is het acroniem van " Naturally Occuring Radioactive Material ". Het betreft hier afval met een verhoogde natuurlijke radioactiviteit: bijvoorbeeld uit de off-shore industrie en bepaalde soorten industrieel afval zoals verarmd uranium of afval van de fosfaatindustrie.

Hoogactief afval
Hoogradioactief afval bestaat uit splijtstofelementen en afval afkomstig van de productie van medische isotopen in de onderzoeksreactoren in Petten en Delft . Verder is er nog het recyclingsafval van splijtstof uit de kerncentrale Borssele. Dit hoogradioactief recyclingsafval wordt in vloeibaar glas gemengd en in een roestvrijstalen verpakking gegoten waarin het stolt tot een basalt-achtig materiaal. De radioactiviteit zit dan opgesloten in de moleculaire structuur van het glas waar het niet meer uit kan ontsnappen.

Al het gestabiliseerde hoogactieve afval wordt vervolgens in een speciaal gebouw opgeslagen: het HABOG.

Dit HABOG is een bijzonder gebouw, je ziet dat meteen al aan de buitenkant. Een knaloranje gebunkerd gebouw met dikke betonnen muren dat bestand is tegen natuurrampen (aardbevingen, overstromingen) en door de mens veroorzaakt onheil (transportongelukken, explosies). HABOG staat voor Hoogactief Afval Behandelings- en Opslag Gebouw en is bedoeld als interimopslag. Hier wordt het hoogactief afval gedurende honderd jaar opgeslagen. In deze periode raakt dit afval haar warmte en de meeste radioactiviteit kwijt, daarna is het afval dus makkelijker te hanteren. Over honderd jaar gaat het afval naar een eindberging waar het voor eeuwen wordt geborgen om te kunnen vervallen tot een niet-gevaarlijke ,stralende stof. Waarschijnlijk bergen we het over honderd jaar weg in de aardkost, in een geologisch stabiele aardlaag.