Straling

Printvriendelijke versie

Energie uit straling
Iets wat straalt, is een energiebron. Net als de zon. Wie de straling opvangt, kan de energie ervan gebruiken. Een goed voorbeeld is de röntgenfoto . Door een heel klein beetje straling (energie) aan één kant ons lichaam in te zenden en vervolgens te bepalen hoeveel straling er aan de andere kant uitkomt, kunnen we een beeld opbouwen. De zwaarte en dikte van wat die straling onderweg tegenkomt, bepalen het plaatje. De plaats waar bijvoorbeeld een gaatje in het glazuur van een kies zit, laat de meeste straling door. En dat ziet de tandarts op de röntgenfoto.

Hoe ontstaat radioactiviteit?
De aarde bestaat uit heel veel verschillende stoffen. Die stoffen zijn samengesteld uit bouwstenen: atomen. Vergelijk het met lego:

  • De verschillende legoblokjes zijn de atomen.
  • Die kun je combineren tot legobouwsels: moleculen.
  • Deze moleculen vormen samen een ‘legostad’: een materiaal.

Sommige atomen zijn niet zo stevig, ze willen uit elkaar vallen. Radioactiviteit is een verschijnsel dat een instabiele atoomkern energie verliest. Dit energieverlies heeft over het algemeen de vorm van (ioniserende) straling. De mens heeft de energie en de straling leren gebruiken voor talloze slimme toepassingen.

Is radioactieve straling gevaarlijk?
Straling die in de natuur voorkomt, is normaal gesproken niet gevaarlijk. Het is niet nodig om natuurlijke straling te kunnen zien, ruiken, horen of voelen. Toch gaan we uit voorzorg heel voorzichtig met straling om, want we weten dat veel straling wél gevaarlijk is. Word je lang blootgesteld aan heel veel straling dan moet je oppassen. Een grote hoeveelheid straling kan lichaamscellen beschadigen. Daar kun je ziek van worden.

Soorten straling
Er zijn drie soorten straling: alfa-, bèta- en gammastraling.

1. Alfastraling bestaat uit relatief grote en zware deeltjes die vrijkomen uit een uiteenvallend atoom. We kunnen ze eenvoudig en goed tegenhouden; een blad papier is daarvoor al voldoende. Alfastralende stoffen zijn eigenlijk alleen belastend voor de gezondheid als we ze via voedsel of ademhaling in ons lichaam krijgen. Met controles en eenvoudige maatregelen zoals adembescherming kun je dit voorkomen.

2. Bètastraling bestaat uit lichtere deeltjes. Ze dringen dieper in de materie door, maar ze kunnen niet door een aluminiumplaat of door drie meter lucht. Ook tegen bètastraling kunnen we ons goed beschermen.

3. Gammastraling bestaat uit elektromagnetische golven en is net zoiets als licht of radiogolven. Echter, gammastralen penetreren verder in de materie. Een voorbeeld is de röntgenstraling die in ziekenhuizen wordt gebruikt. We kunnen ons tegen ongewenste gammastraling beschermen door de bron af te schermen met lood of beton. Veel stoffen zenden gelijktijdig bètadeeltjes en gammastralen uit.

Wat is halveringstijd
Een kenmerk van radioactiviteit is dat de straling met de tijd afneemt. Dat regelt de natuur zelf. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe minder het straalt. Dat komt door het radioactief verval. De instabiele atomen zijn op zoek naar een nieuw evenwicht. Als dat evenwicht is bereikt, is de radioactieve stof stabiel geworden en zendt geen straling meer uit. Hoe lang dat duurt, drukken we uit met halveringstijd. Dat is de tijd die nodig is om telkens de helft van de radioactiviteit kwijt te raken. Na twee halveringstijden is de radioactiviteit de helft van de helft. Dat is dus een kwart van de beginwaarde. Iedere radioactieve stof heeft een eigen vaste halveringstijd. Voor de ene stof zijn dat secondes, voor andere stoffen zijn dat duizenden jaren. Het ene radioactieve stofje is dus meteen als het ontstaat al ongevaarlijk. Ander radioactief materiaal moet je vele duizenden jaren opslaan voor het ophoudt met stralen.

Meer info
Wie meer wil weten over dit onderwerp kan terecht op de website over straling van het Reactor Instituut Delft