Straling en leefomgeving

Printvriendelijke versie

Bouwmaterialen ademen natuurlijke radioactieve gassen uit: radon en thoron. Deze kunnen zich ophopen in onze woningen en beïnvloeden onze gezondheid. Over de concentratie en verspreiding van radon is veel bekend. Maar Thoron is veel moeilijker te meten omdat het een halveringstijd heeft van minder dan een minuut. Problemen geven echter thoron’s kortlevende dochternucliden. Die hechten zich aan stofdeeltjes en worden vervolgens ingeademd.

Bij het laatste landelijke onderzoek naar de stralingsbelasting in woningen blijken de radonconcentraties aanzienlijk lager te liggen dan werd verwacht. De meest waarschijnlijke verklaring hiervoor is dat in eerder onderzoek de aanwezige thoron ten onrechte is meebepaald. Om deze reden staat thoron nu volop in de belangstelling: wat zijn de gezondheidsrisico’s? Welke maatregelen zijn nodig?

Radon
Een bijzondere vorm van natuurlijke radioactiviteit waarmee we allemaal te maken hebben is radon gas. De aardkorst is radioactief en lekt voortdurend radongas in onze atmosfeer. Soms moet radon worden beheerst met behulp van ventilatie. Met name huizen op granietgronden kennen een hoge radonconcentratie. In Nederland komt granieten bodem natuurlijk niet voor. Bij ons is de bron van radon het bouwmateriaal van onze (nieuwbouw)huizen. In de meeste gesteenten en grondsoorten komt uranium-238 voor. Eén van de vervalproducten van dit natuurlijke radio-isotoop is radium-226. Wanneer dit radium vervalt, ontstaat radon-222. Dit inert gas heeft een halfwaardetijd van bijna 4 dagen. Bij het verval zendt het energierijke alfa-deeltjes uit. Dat leidt tot een aantal vervalproducten in vaste vorm met een korte halveringstijd. De Alfa-deeltjes zijn schadelijk wanneer zij in de longen komen. Particulieren met vragen over radonconcentraties in hun huizen, kunnen bij NRG een radonmeter aanvragen. Deze radonmeter plaatst men voor een bepaalde periode op een vaste plaats in de woning. Daarna gaat de meter terug naar NRG en wordt een rapport met de analyseuitkomsten teruggestuurd.

Is thoron een probleem?
Hoewel Nederland door haar lage achtergrondstraling internationaal gunstig scoort is er wel zeker een relatie tussen radon, thoron en longkanker. Het beste is dus om de concentraties zo laag mogelijk te houden. We zien dat thoron zich heel dicht bij het bouwmateriaal manifesteert, maar dat de dochters zich gelijkmatig in de ruimte verdelen. Volgens berekeningen leidt dit in vele gevallen tot een beperkte jaardosis van 0,1 mSv (milliSievert, de een eenheid voor stralingsdosis). Echter, sommige bouwmaterialen ademen meer thoron uit dan andere, waardoor de dosis mogelijk kan oplopen tot 2 mSv of meer. Dit is vergelijkbaar met de totale jaardosis van een gemiddelde Nederlander. Thoron verdubbelt in uitzonderlijke gevallen dus de jaardosis.

Om meer te weten te komen over het gedrag en effect van thoron, ontwikkelde NRG in 2009 een computermodel. Daarmee kan worden voorspeld hoe thoron en zijn dochters zich in de woonruimte gedragen. Als je dat weet, kun je een relatie leggen met mogelijke gezondheidseffecten. Vervolgens kun je besluiten of en welke maatregelen nodig zijn. Hierbij moet primair worden gedacht aan het terugbrengen van de thoronemissies uit bouwmaterialen.

Wat kan je doen, welke maatregelen zijn zinvol
In het algemeen heeft de kruipruimte een hogere radonconcentratie. Voorkomen moet worden dat er direct luchttransport tussen de kruipruimte en de woning optreed. Met andere woorden: naden en kieren in de begane grondvloer moeten zoveel mogelijk worden afgedicht. Denk bijvoorbeeld aan een niet goed afsluitend kruipluik, tocht via de meterkast of niet afgedichte leidingdoorvoeren. Ventileren helpt de radonconcentratie in de woning laag te houden.

Wie wil weten hoe hoog de radonconcentratie in de woning is, kan door NRG een meting laten uitvoeren.

Meer over Radon
Gemiddeld over het totale woningenbestand bedraagt de radonconcentratie in Nederland 15 Bq/m3. In nieuwbouwwoningen is de concentratie echter hoger. De stijgende trend in de radonconcentratie is ingezet rond 1970. De voornaamste oorzaak hiervan wordt gezocht in een afname van de ventilatie van de woning. In België en Duitsland is de gemiddelde concentratie tweemaal zo hoog, in Zwitserland en Noorwegen driemaal en in Finland bijna vijfmaal zo hoog. Het beleid is er op gericht om de relatief gunstige situatie in Nederland zo te behouden.

De radonconcentratie in een woning is geen vaste waarde maar varieert in de tijd. Dit komt door  temperatuurverschillen tussen binnen en buiten, de windsnelheid en windrichting en uiteraard de wijze van ventileren. Om al deze fluctuaties goed te kunnen uitmiddelen meet men vaak de radonconcentratie gedurende een heel jaar. De radonconcentratie in de Nederlandse woning bedraagt gemiddeld ca. 15 becquerel per m3 (Bq/m3) lucht. In nieuwbouwwoningen ligt de gemiddelde concentratie hoger, namelijk rond 30 Bq/m3. De hoogte van de stralingsdosis op de mens wordt uitgedrukt in de eenheid milliSievert. In Nederland bedraagt de stralingsdosis gemiddelde ca. 2,5 milliSievert per jaar. Ongeveer de helft hiervan is toe te schrijven aan verblijf in gebouwen. Andere bronnen zijn bijvoorbeeld de blootstelling aan kosmische straling (straling uit het heelal) en de stralingsbelasting door medische verrichtingen, zoals röntgenfoto's.

De Gezondheidsraad schat dat door de blootstelling aan radon jaarlijks tussen de 100 en 1200 personen in Nederland longkanker krijgen. De beste schatting komt neer op 800 personen.