Toezichthouders

Printvriendelijke versie

Nucleaire bedrijven en houders van een kernenergiewetvergunning staan onder streng en onafhankelijk overheidstoezicht. In Nederland wordt dat uitgevoerd door de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Internationaal wordt er door de Verenigde Naties toegezien op vreedzaam en veilig gebruik van nucleaire technologie.

Het internationale toezicht is ondergebracht bij het Internationaal Atoom Energie Agentschap. Tenslotte is er nog de WANO, de internationale brancheorganisatie van kerncentrales, die internationale kennisuitwisseling en veilig werken stimuleert. Deelname in de WANO is niet vrijblijvend en eist een houding van voortduren verbeteren van werkwijzen en technische installaties.

ANVS
In Nederland waren tot 2015 de diverse overheidstaken en de kennis over de nucleaire sector verspreid over verschillende instanties. Al deze kennis en kunde is tegenwoordig gebundeld in de ANVS. De autoriteit is per 2016 een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De ANVS houdt  toezicht op alle kernenergiewet-vergunninghouders in Nederland. Dit zijn onder meer alle deelnemers van Nucleair Nederland: de kerncentrale in Borssele, de researchreactor en overige installaties op de locatie Petten, de universiteitsreactor in Delft, de radioactief afval organisatie (COVRA) in Zeeland, de uraniumverrijkingsfabriek in Almelo. Ook de buiten bedrijf gestelde kerncentrale in Dodewaard valt onder het inspectieregime van de ANVS. De ANVS controleert of vergunninghouders zich aan de vergunningsvoorwaarden houden en of zij waar mogelijk en nodig actief verbeteringen initiëren. Zij houdt veelal ter plekke toezicht en controleert het werk. Zij kijkt of vergunningen worden nageleefd, of technische specificaties en werkwijzen kloppen en of wijzigingen aan installaties wel mogen worden uitgevoerd. Naast dit technische werk houdt de ANVS ook toezicht op de organisatiestructuren en processen, veiligheidsmanagement, menselijk gedrag, verbetermanagement en de veiligheidscultuur. Ook bij de aan- en afvoer van radioactieve stoffen houdt de ANVS scherp toezicht. Over haar bevindingen rapporteert de ANVS sinds 1 mei 2015 aan de minister van Infrastructuur en Milieu die daarover verantwoording aflegt aan de Tweede Kamer. 

IAEA
Het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) is er om het vreedzaam gebruik van splijtstoffen te bevorderen en houdt internationaal toezicht op het veilig en vreedzaam gebruik van kernenergie. Het IAEA is een autonome organisatie binnen de Verenigde Naties. De ANVS kan het Internationaal Atoom Energie Agentschap van de Verenigde Naties (IAEA) vragen om specifieke controles uit te voeren. Dit gebeurt als specifieke, specialistische aanvulling op het normale toezicht en om ‘bedrijfsblindheid’ te voorkomen. Deze missies duren 1 tot 3 weken en toetsen een installatie of organisatie aan internationale standaarden. Aanbevelingen en suggesties voor verbetering moeten binnen 2 jaar worden opgevolgd. Good-practices bij een nucleair bedrijf worden aan alle andere landen doorgegeven zodat die leiden tot verbetering in internationale nucleaire werkwijzen. Met het ondertekenen van de Convention on Nuclear Safety heeft de Nederlandse overheid zich verplicht de nucleaire veiligheid en toezicht periodiek te laten toetsen door de overige landen die deze conventie hebben ondertekend. Het IAEA draagt zorg voor deze ‘peer review’ en ondersteunt de landen bij het waarborgen en verbeteren van de nucleaire veiligheid. In 2012 hadden 75 landen deze conventie ondertekend.

WANO
De World Association of Nuclear Operators (WANO) is de internationale ‘brancheorganisatie’ van kerncentrales die toeziet op de continue verbetering van de veiligheid in de sector. Bij de WANO zijn alle elektriciteitproducerende kerncentrales in de wereld aangesloten. Door het organiseren van veiligheidsonderzoeken (Peer Reviews en Technical Support Missions) kijken deskundigen van kernenergiecentrales uit de hele wereld in elkaars installaties. Het doel is om van elkaar te leren door elkaar te beoordelen. De deskundigen baseren hun oordeel vooral op waarnemingen in de bezochte kerncentrale en interviews met medewerkers. Zij doen aanbevelingen voor verbeteringen. De ‘teamleader’ rapporteert de eindconclusie aan het management van de betreffende kerncentrale dat vervolgens actie onderneemt. Na twee jaar komt er een vervolgonderzoek om te beoordelen wat er met verbeterpunten is gedaan.